Nederlands katoen uit de kas?

Het blijft exotische teelten regenen in de Nederlandse kassen. Avocado, pitahaya, papaya ... Allemaal lekkere vruchten om te eten, maar dit jaar is ook de teelt van katoen onderzocht, zo deelt Filip van Noort van Wageningen University & Research (WUR). Hij is als onderzoeker bij meerdere exotische teelten betrokken. De WUR voert dit onderzoek uit voor Dutch Cotton BV, dat het onderzoek financiert. Dit jaar werden acht soorten rassen getest.

Bij de productie van katoen gebruiken kwekers relatief veel water, voedingsstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en zogenoemde 'remstoffen'. De Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van WUR onderzoekt of in kassen de katoenteelt duurzamer kan plaatsvinden, en dus of het mogelijk is op termijn kleding van Nederlands katoen te produceren. 

In een kas is een gecontroleerde teelt mogelijk met minder gebruik van grondstoffen. Bovendien kunnen water en voedingsstoffen opgevangen en hergebruikt worden. Daarom werden afgelopen jaar in een kas op de onderzoekslocatie in Bleiswijk zaden van acht verschillende katoenrassen gezaaid. Zo groeit er sindsdien een Griekse variant - Griekenland is namelijk een prominent katoenland. Daarnaast groeien er enkele hoogwaardige rassen. Deze zorgen voor kwalitatief goed katoen en juist in dat segment is nog ruimte op de internationale katoenmarkt.

Doel van de proef is onderzoeken hoe zo veel mogelijk kilogram katoen per vierkante meter geteeld kan worden, met een zo hoog mogelijke waarde. Daarmee zijn de meerkosten voor de teelt in een kas terug te verdienen. Die productie is op verschillende manieren te optimaliseren, bijvoorbeeld door het gewas hoger te laten groeien, door een hogere plantdichtheid of door meer teeltrondes per jaar.

Bron foto's en tekst: WUR


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven