Biologische bestrijding in de zaadteelt

In Nederland worden al jaren vele planten veredeld en vermeerderd. Ook deze planten kunnen natuurlijk aangetast worden door ziekten en plagen. Als producent van biologische bestrijders is Biobest bezig om ook in de zaadteelt stappen op dit vlak te zetten. Hieronder komen een aantal zaken naar voren waarmee rekening gehouden dient te worden in deze teelten.

Trips
Trips is over het algemeen een zeer lastige plaag in veel van de zaadteeltgewassen (denk aan kool, spinazie, sla, bieten). Als de veredelingsbedrijven bezig zijn met zaadproductie worden gewassen vaak onder droge omstandigheden geteeld. Dit zorgt over het algemeen voor meer zaad aan het einde van de rit.

Deze droge omstandigheden zijn niet ideaal voor veel nuttige insecten en mijten om een goede bestrijding te realiseren. Trips kan daarentegen erg hard gaan in deze zaadteelten, want als er zaad geproduceerd wordt staan er vanzelfsprekend veel planten in bloei. Dit stuifmeel is zeer aantrekkelijk voor trips om zich sneller voort te planten.

Tegen trips worden over het algemeen roofmijten ingezet. Over het algemeen wordt er gekozen voor Amblyseius swirksii, omdat deze roofmijt tegen wat lagere luchtvochtigheid kan t.o.v. de Transeius montdorensis. Dit jaar zal Biobest meer per gewas kijken welke roofmijt geschikt is voor welk gewas. Dit om meer maatwerk te kunnen leveren.

Bij tripsgevoelige soorten wordt net voor of net na het planten Stratiolaelaps scimitus, ook wel Hypoaspis miles genoemd, ingezet.

In enkele gevallen zal Biobest gaan werken met de roofwants Orius laevigatus en de gaasvlieg Chrysoperla carnea tegen trips. Deze twee rovers kunnen naast tripslarven ook de volwassen tripsen verorberen.

Luis
Door een heel arsenaal aan gewassen in de zaadteeltkassen komt Biobest veel soorten bladluis tegen; van perzikluis, katoenluis tot melige koolluis. Elke luizensoort vraagt weer een andere manier van bestrijding. Zo wordt de melige koolluis lastig gepakt door sluipwespen, daarom zetten men hier de gaasvlieg tegen in. Aphidius colemani pakt over het algemeen kleine luizensoorten aan. De sluipwesp Aphelinus abdominalis is niet gevoelig voor hyperparasitering, daarom werken de specialisten van Biobest ook graag met deze sluipwesp. Als laatste zet men Aphidius ervi in tegen grotere bladluizensoorten.

Vervolgens werkt Biobest nog met de galmug Aphidoletes aphidimyza. Het voordeel van de galmug is dat deze geen onderscheid maakt tussen de luizensoorten.

Asperello
De nuttige schimmel Trichoderma asperellum T34 (Asperello T34® Biocontrol) wordt in steeds meer teelten ingezet ter voorkoming van infectie van Pythium spp. & Fusarium spp. Ook in grondgebondenteelten ziet Biobest steeds meer positieve resultaten van dit biologische product. Het advies is om 2kg per hectare om de acht tot twaalf weken toe te passen.

Voor meer informatie:
Biobest Group
www.biobestgroup.com
info@biobestgroup.com


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss

© GroentenNieuws.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven