Discussie onder experts:

Agroparken in de VS een paradijs voor investeerders?

Amerika staat bekend als het land van de mogelijkheden. Als het op de kastuinbouw aankomt, is er echter nog een wereld te winnen. Een grote hoeveelheid kasgroenten worden uit Canada en Mexico geïmporteerd en de voedselproductie vindt vaak op een andere locatie plaats dan in de drukbevolkte Oost- en Westkust. Er is dus ruimte voor verbetering. Nederland, en in het bijzonder de Dutch Greenhouse Delta, onderzoekt hoe ze kunnen helpen en hebben een evenement georganiseerd om het enorme potentieel voor investeerders in de Amerikaanse agroparken te benadrukken. 

Triple helix
Vanuit het World Horti Center in Naaldwijk (en op afstand via video) lieten verschillende experts hun licht schijnen op het onderwerp. Marianne Vaes, Agricultural Counselor voor de VS en Canada, trapte af. Ze zei dat Nederland de tweede grootste tuinbouwexporteur wereldwijd is geworden dankzij de 'triple helix'; de samenwerking tussen de lokale gemeenschappen, overheid en bedrijven. 

Als je naar Amerika kijkt door Nederlandse ogen, dan zijn er volgens Marianne een aantal uitdagingen en mogelijkheden: 

  • Arbeiders
  • Logistiek en transport
  • Afhankelijkheid van tuinbouwimport
  • Extreme weersomstandigheden
  • Beheersing van ziektes en ongedierte
  • Consumentenvraag

Er zijn daarom enorme kansen voor kassen in de VS. "Agroparken kunnen een zeer goede optie zijn om hierop in te spelen," merkt ze op, terwijl ze de investeerders aanspreekt. "Vanuit de ambassade zouden we graag met jullie samenwerken om agroparken te bouwen." Ze wijst daarbij op verschillende telers met Nederlandse roots die al actief zijn in de VS, evenals naar nieuwe projecten die zijn gestart. 

Voedsel voor de armen
Daarna volgde een eerder opgenomen toespraak van Andrew Young, voormalig Amerikaans ambassadeur van de Verenigde Naties en burgemeester van Atlanta, evenals goede vriend van Martin Luther King Jr. Hij refereerde aan zijn tijd in Nederland en zei dat hij veel had geleerd van de Nederlanders en veel respect voor hen heeft.

"Toen ik in 1982 burgemeester werd, was Herman Vonhof de eerste die zijn geloof in Atlanta toonde. Er werd meer dan een miljard geïnvesteerd in de stad," zegt de voormalig burgemeester, waardoor het een stralend voorbeeld werd van maatschappelijk kapitalisme. "Nu is er een nieuwe uitdaging waar grote investeringen voor nodig zijn: we moeten de armen voeden."

"We hebben 81 hectare land gekocht net ten zuiden van Atlanta met de hulp van de Rabobank en we hebben interesse in Nederlandse technologie. Op de een of andere manier is Nederland de tweede grootste voedselexporteur geworden, de VS staat op nummer 1, en Nederland is maar half zo groot als de staat Georgia. Dat je zoveel kunt produceren op zo'n klein stukje land, dat is de toekomst."

"Het gaat steeds moeilijker worden om voedsel te telen dicht bij de mensen die het nodig hebben. We moeten dichterbij komen, de hoeveelheid vitamines en mineralen verhogen en minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken." Volgens Andrew is dit niet alleen het antwoord op een gezondheidsprobleem, maar ook op een financieel probleem. "Je kunt er niet vanuit gaan dat je in de komende jaren altijd voedsel uit Mexico of China kunt halen of zelfs vanuit Californië naar Georgia. De voedselproductie moet lokaler gaan plaatsvinden."

Daarom werkt de Andrew Young Foundation samen met 96 steden aan de Mississippi, omdat zij risico lopen op overstromingen. "We hebben Nederlandse technologie nodig in die rivier en we moeten voedsel telen naast die rivier, zodat wanneer er een overstroming is, we de armen kunnen voeden en hen kunnen voorzien van kleding en gezondheidszorg."

Terwijl hij zijn waardering voor de Nederlandse investeerders uitsprak, zei Andrew dat "ook al zijn we in de war, we zijn waarschijnlijk nog steeds het veiligste land ter wereld waar je grote hoeveelheden geld in kunt investeren."

Decentralisatie
Volgens de spreker Sabine O'Hara van de University of the District of Columbia (UDC), heeft de VS een zeer gecentraliseerd voedselsysteem. "Er is behoefte aan een meer gedecentraliseerd systeem waarbij de voedselproductie dichter bij de woonplaatsen komt van de meerderheid van de consumenten (de Oost- en Westkust)." Op dit moment vindt het grootste deel van de voedselproductie echter plaats in het midden van het land. 

Sabine wees op het voorbeeld van Washington DC, dat uit acht verschillende districten bestaat die enorm van elkaar verschillen op basis van bevolkingsdichtheid en economische omstandigheden. In elk van deze districten lopen projecten van het UDC, gericht op deze specifieke omstandigheden. 

Ze hebben bijvoorbeeld in een district een teeltbedrijf gebouwd op een stuk land van 1,21 hectare tegenover een metrostation voor een goede toegankelijkheid. Het bedrijf werkt met hoge opbrengsten, maar leert inwoners ook hoe ze moeten tuinieren. In een ander district ligt de hoofdcampus van de universiteit. Het UDC-project daar is meer een demolocatie voor voedselproductie en technologie. 

Van de vork terug naar de teeltomgeving
De volgende spreker was Eric Egberts, directeur van Dutch Greenhouse Delta, die begon met een kleine geschiedenisles om toe te lichten hoe de Nederlanders, en het Westland in het bijzonder, hun toonaangevende positie in de tuinbouw hebben verkregen: samenwerking en concurrentie vormen de twee zijden van deze munt. 

Dutch Greenhouse Delta werd twee jaar geleden opgericht om deze kennis en ervaring te delen. "Het vertegenwoordigt een compleet ecosysteem dat bestaat uit kastelers, veredelingsbedrijven, logistieke bedrijven, bedrijven voor screening, verwarming en klimaatbeheersing; we kunnen het hele ecosysteem bieden, inclusief kennis," vertelt Eric. 

"Voor onze filosofie gaan we terug van de vork naar het teeltbedrijf: wat is de behoefte van de consument? Ze vragen om gezond, veilig, lokaal geteeld voedsel. Het moet ook betaalbaar zijn: als we alleen hele dure producten telen, koopt niemand ze. Dutch Greenhouse Delta helpt met een ecosysteem en beantwoordt vragen over de productie van lokaal en vers voedsel."

Dutch Greenhouse Delta biedt dus een platform voor samenwerking omdat, zoals Eric het zegt, "de tuinbouwsector geen op zichzelf staande sector meer is. We moeten samenwerken met de energiesector, de watersector.. je hebt het allemaal nodig: goede zaden, een goede kas, goed onderwijs, de bereidheid van de overheid om je te helpen, dat kun je niet alleen."

"Je koopt geen Ferrari als je in de woestijn woont"
De volgende spreker, Cindy van Rijswick van de Rabobank, benadrukte de financiële mogelijkheden die geavanceerde kassen bieden. Deze kassen zullen verder groeien ondanks de enorme investeringen die ervoor nodig zijn. Dat komt omdat ze consistentie en voorspelbaarheid bieden, iets waar detailhandelaren naar op zoek zijn. En alhoewel de winstgevendheid best wisselend kan zijn, is deze in de Nederlandse kasteeltsector de laatste zeven jaar behoorlijk hoog. Daarom is het een aantrekkelijke sector. 

"Er zijn nog steeds veel mogelijkheden om de winstgevendheid in kassen te verhogen," merkt Cindy op. Ze wijst op innovaties zoals dashboards die de data in de kas volgen, sensoren, ledbelichting, innovaties in de fase na de oogst en veredelingsbedrijven die continu bezig zijn met verbeteringen in de variëteiten met betrekking tot productiviteit, smaak, kleur etc. 

"Houd wel in je achterhoofd dat de bank geïnteresseerd moet zijn in een financiering van een kas. Voor banken is het belangrijk dat een kas ook weer verkocht kan worden," legt Cindy uit. "We kijken ook naar de marketingstrategie en een heleboel andere zaken; zitten de juiste mensen op de juiste posities? Zo niet, dan kunnen bedrijven uit de Dutch Greenhouse Delta helpen met consultants."

En alhoewel het eenvoudig is om alleen naar geavanceerde kassen te kijken, is het goed om te onthouden dat er geen enkele oplossing is voor elk probleem. "Je koopt geen Ferrari als je in de woestijn woont, zelfs niet als die er leuk uitziet. Dan kun je beter een Toyota Hilux kopen of iets dergelijks. Zo is het ook met kassen."

Federale overheid moet meer betrokken raken
De bekende tomatenteler en uitvinden van de Ultra-Clima-kas, Casey Houweling, liet ook zijn licht schijnen over de situatie in de VS. Hij ziet mogelijkheden, maar bracht ook een aantal zaken naar voren waar voorzichtig mee om moet worden gegaan. 

"Elk jaar wordt het percentage geïmporteerd voedsel in de VS hoger. De kasteeltsector in de VS bestaat al jaren, maar er is ook sprake geweest van enorme faillissementen en misstappen. Je moet daar wel kritisch naar kijken en beoordelen waar het mis ging."

Met teeltlocaties in zowel de VS als Canada, waar de kasteeltsector meer ontwikkeld is, heeft Casey een goede positie om te beoordelen wat de verschillen zijn tussen de twee markten. "Een van de grootste problemen is dat kassen verwaarloosd zijn. De tuinbouw bestaat hier voornamelijk uit vollegrondteelt, waarvan weinig wordt geëxporteerd. De overheid heeft dit altijd enorm gesteund, maar er is weinig steun voor de kasteeltsector."

"De belastingen zijn in Mexico en Canada lager en de beschikbaarheid van arbeidskrachten zijn daarnaast ook een enorm probleem in de VS," volgens Casey. "Canada heeft een goed programma voor internationale arbeidskrachten, maar de VS niet. Deze generatie wil niet meer werken in de tuinbouw, dus slimme technologie kan absoluut een interessante optie zijn. In de komende tien jaar zul je astronomische veranderingen zien met robots en kunstmatige intelligentie, maar we zijn er nog niet. Om daar te komen, hebben we innovatie nodig, maar we moeten ook nog steeds kunnen vertrouwen op arbeidskrachten. Als we willen dat er een hoger percentage kassen komt in de VS, zullen we moeten beginnen met het overheidsbeleid. Een gecoördineerde inspanning vanuit de federale overheid zou enorm helpen."

Tot slot heeft Casey een positieve boodschap voor investeerders die geïnteresseerd zijn in de VS. "Als er een oplossing komt voor de problemen die ik noemde, dan zijn de mogelijkheden feitelijk eindeloos, omdat er veel te weinig wordt geproduceerd in de VS. Als investeerders en telers moeten we ons van tevoren bewust zijn van de problemen, zodat we deze kunnen aanpakken."

Dit gevoel was terug te horen in de paneldiscussie die daarop volgde, waarin Henk Verbakel en Jon Adams (Havecon), Joep van den Bosch (Ridder), Edward Verbakel (VB Group) en Olaf van Marrewijk (Hagelunie) mogelijkheden voor de tuinbouwsector in de VS schetsten.


Publicatiedatum:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven