Noors onderzoek naar nieuwe, duurzame manier van telen

"Met kunstlicht en energiebuffers telen we duurzaam en stijgt productie"

In vergelijking met Nederland is de oogst van tomaten en komkommers in Noorwegen per vierkante meter vijftig procent groter, stelt men in het Scandinavische land. Dit omdat er hard wordt gewerkt aan een duurzamere manier van telen. Eentje die ook in Noorwegen, waarvan men soms denkt dat glastuinbouw er geen optie is, tot succes leidt.

Toch ligt het land op de laatste plaats wat betreft consumptie van verse groenten. Daar willen telers en onderzoekers wat aan doen.

35 telers uit twee Noorse provincies doen mee aan het onderzoeksproject Biofresh. Het doel: de oogst vergroten, de kwaliteit van de groenten verbeteren en tegelijkertijd schadelijke uitstoot verkleinen.

Projectleider Michel Verheul van het NIBIO (Noors instituut voor bio-economie): "Onze visie is om het hele jaar verse, gezonde Noorse kasgroenten te telen. Dit moet op een duurzame manier, dus zonder gebruik van fossiele energie, pesticiden, CO2-uitstoot of -verlies."

Het overschot aan CO2 terugvoeren naar de teelt
Een kas vangt twee keer zo veel energie op dan er verbruikt wordt in de loop van een jaar, ook in Noorwegen. Maar die opgevangen energie wordt niet altijd meteen gebruikt. Zo gaan de ramen vaak nog open om overvloedige warmte of vochtigheid kwijt te raken

In de zomer, als de zon schijnt, gaan de ramen open zodat de planten geen schade oplopen vanwege te veel warmte of vochtigheid in de lucht. Op deze manier gaat veel energie verloren, CO2 verdwijnt omdat het CO2-niveau buiten de kas lager is. Tegelijkertijd is die CO2 nodig voor fotosynthese, want zo komt de plant aan voeding en kan hij groeien.

Door de CO2 op te vangen en terug te brengen in de teelt, kan de teler op die manier een klimaateffect creëren waardoor de oogst groter wordt.

Zo ziet de toekomst voor Noorse telers er waarschijnlijk uit. Een gesloten systeem met gebruik van ledverlichting en ‘gewoon’ groeilicht. De blauwe pijpen op de grond blazen gematigde, CO2-rijke lucht. De lucht wordt achter de plastic wanden aan het eind van de plantenrijen weer opgevangen. De tomatenplanten groeien in potten in steenwollen matten en krijgen voeding via druppelirrigatie via de witte ‘spaghettislangetjes’ die in iedere pot zijn gestoken. (Foto: Michel Verheul, NIBIO)

Oplossingen voor gesloten systemen
Verheul: "We werken aan oplossingen voor gesloten systemen die zowel rendabel zijn voor de telers als voor de samenleving en het milieu. Een van de dingen waar we naar kijken, is hoe we de energie die normaal verloren gaat, kunnen opvangen en opslaan. Hoe kunnen we die overdag uit de kas krijgen om ’s nachts te gebruiken: een dag-nachtbuffer. Een andere mogelijkheid is een seizoensbuffer: de energie van de zomer gebruiken in de winter. Zulke oplossingen bestaan al en wij testen ze uit."

Tot nu toe kunnen de telers luchten als het te warm wordt. Als de ramen dicht moeten blijven, zullen de condities in de kas veranderen.

Er bestaan verschillende technische oplossingen hiervoor: denk aan isolatie tegen warmteverlies, bescherming tegen zonnestraling, het plaatsen van warmtepompen, koelings- of ventilatiesystemen. Daarnaast zijn er verschillende oplossingen voor het toevoeren of circuleren van voedingsstoffen naar de planten.

Controle van plantgroei en kasklimaat
In totaal nemen 35 telers actief deel aan het project om verschillende oplossingen uit te testen. De meesten telen tomaten, maar het project is net zo relevant voor de teelt van komkommers en sla.

Het gaat om het bewaken van de plantgroei en het controleren van het kasklimaat. Wekelijks worden de observatiegegevens en metingen ingestuurd: hoeveel zijn de planten gegroeid, hoeveel bladeren en bloemen hebben ze ontwikkeld, hoeveel water hebben ze gekregen en hoeveel energie is er gebruikt?

De onderzoekers hebben een systeem ontwikkeld waardoor ze de data rechtstreeks uit kunnen lezen uit de computer die het klimaat in de kas regelt en die bij iedere deelnemende teler is geïnstalleerd. Daardoor kunnen de onderzoekers het verbruik en de resultaten tot op de minuut nauwkeurig analyseren en kunnen ze overzichten over een uur, maand of jaar maken. Zo bieden de data continu nieuwe inzichten.

Het doel is om uit te vinden hoe telers het best licht en warmte in de kas kunt reguleren en welke oplossingen voor opwarming en bemesting de beste resultaten geven.

Goede omstandigheden in Noorwegen
In Europa wordt er veel onderzoek gedaan naar hoe de groententeelt in kassen verbeterd kan worden.

Een van de misvattingen, die Michel Verhoef vaak hoort, is dat het Noorse klimaat niet geschikt is voor glastuinbouw: "Het antwoord is dat nieuwe technologie, gebruikmakend van kunstlicht, de tomatenteelt heeft doen groeien van 40 naar 120 kilo per vierkante meter per jaar. De oogst is dus vijf keer zo groot als in Spanje en twee keer zo groot als in Nederland."

Wat bijzonder is aan Noorwegen is dat er ’s zomers veel en ’s winters weinig natuurlijk licht is. Tegelijkertijd is de temperatuur het hele jaar relatief stabiel, in ieder geval langs de kust.

Verheul: "De laatste jaren hebben we deze condities gebruikt om methoden te ontwikkelen die het mogelijk maken om het hele jaar tomaten en komkommers te telen. Op deze manier hebben we een vijftig procent grotere oogst dan Nederland en nog groter in vergelijking met Spanje."

De hoofdreden is dat het licht de fotosynthese kan versneller waardoor de planten snel groeien. Daarnaast geeft het licht warmte en straling. De extra warmte, die het licht meebrengt, helpt de oogst te vergroten. Dit functioneert goed omdat de buitentemperatuur relatief laag is. In Zuid-Europa zou het met deze methode te warm worden in de kas, waardoor veel energie verloren zou gaan.

Een andere misvatting die onderzoekers vaak tegenkomen is dat importgroenten milieuvriendelijker zijn dan in Noorwegen geteelde groenten. Maar als je alle factoren meeweegt, inclusief transport, dan zijn Noorse groenten eigenlijk altijd milieuvriendelijker volgens Verheul.

Willen consumenten dit?
Veel van het onderzoek rond Biofresh draait om het verbeteren van de kwaliteit van tomaten, komkommers en sla in kassen. Maar de onderzoekers kijken ook of de consumenten dit willen: is de smaak goed of willen ze iets anders?

Daarom worden er smaaktesten uitgevoerd en letten de onderzoekers op wat er het meest gegeten wordt, bijvoorbeeld in kantines en saladebars.

Het laatste misverstand waar Verheul vaak op stuit is dat consumenten vaak vinden dat tomaten uit Zuid-Europa beter en gezonder smaken dan de Noorse. Ondanks dat zongerijpte tomaten vaak meer smaak bevatten, heeft onderzoek aangetoond dat smaak en gezondheid afhankelijk zijn van tomatensoort, teeltomstandigheden en de rijpheid bij het oogsten.

Groeiende interesse vanuit de tuinbouwsector
Het project loopt nu drie jaar en Michel Verheul merkt een groeiende interesse uit de sector: "Telers zijn positief en zien mogelijkheden. Natuurlijk staan enkelen sceptisch tegenover verandering, maar we zien het begrip toenemen zodra we onze resultaten tonen. Er hebben enorme technologische ontwikkelingen plaatsgevonden in de glastuinbouw, waardoor meer kennis is ontstaan. Daarbovenop is de technologie steeds toegankelijker en is het makkelijker om bepaalde condities in de teelt te sturen en controleren. Waarom zouden we deze kennis en technologie niet gebruiken om de teelt milieuvriendelijker te maken?"

"Mijn grootste wens is dat Biofresh het begin van verandering kan zijn. Het is ons doel dat consumenten, telers en de schakels in de distributieketen anders gaan denken. We hoeven niet zoveel mogelijk tegen een zo laag mogelijke prijs te importeren. We willen laten zien dat we milieuvriendelijke kwaliteitsproducten kunnen telen in Noorwegen."

Bron: Forskning.no 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven