Leo van Harten, Mérieux NutriSciences:

"Besmetting vroeg in proces opsporen cruciaal"

Tholen - Met het stijgende aantal recalls en besmettingen wordt voedselveiligheid een steeds belangrijker thema. Steeds vaker kiezen bedrijven er voor om al vroeg in het proces tests te doen om daarmee de risico’s te beperken. “Je kunt veel eerder ingrijpen en die trend zien we in de voedingssector doorbreken,” vertelt Leo van Harten, van Mérieux NutriSciences.

De laatste tijd worden er meer pathogenen (microbiologische ziekteverwekkers ) aangetroffen op groenten en fruit. “Die trend is duidelijk zichtbaar,” vertelt Leo in september. Dit jaar werd al twintig procent vaker Salmonella gevonden dan in 2017. Voor de onderzoeken naar E.coli en EHEC geldt een stijging van dertig procent. “Dat komt ook omdat er meer onderzoek gedaan wordt naar pathogenen,” duidt Leo de cijfers. Onderzoek naar EHEC en E.coli waren enkele jaren geleden niet gebruikelijk. Sinds de EHEC-crisis in 2011 en de schandalen in de vlees- en vissector staat het onderwerp op de agenda. Ook het onderzoek naar listeria is van de laatste jaren vanwege Europese wetgeving op RTE producten. “Het is een vliegwieleffect. Doordat er meer aandacht voor is, wordt er meer onderzocht en dus ook meer gevonden,” legt Leo uit.

De onderzoeken worden vooral gedaan in de secundaire sector. Dat het juist deze bedrijven zijn waar de besmettingen gevonden worden, is niet verwonderlijk. “Overal waar je handelingen doet met voedsel heb je een potentieel gevaar,” vervolgt hij. “Daar ga je het product openmaken en komt het in contact met water, machines of mensenhanden. Daar ligt het risico.”

Vroeg ingrijpen
Om besmettingen te voorkomen, heeft Mérieux NutriSciences een omgevings-monitoringsprogramma ontwikkeld. In de VS is die aanpak bekender, wat samenvalt met de schaalgrootte van die bedrijven. “Het afbreukrisico is groot en je kunt het geconcentreerder aanpakken,” legt Leo uit. Dit betekent dat eerder in het productieproces onderzoek wordt gedaan. “Wat je niet wilt, is het eindproduct controleren, want dan ben je eigenlijk al te laat,” weet Leo. “Je kunt veel eerder ingrijpen en die trend zien we in de voedingssector doorbreken.”

Dat uit zich onder andere in meer omgevingsanalyses, zoals monstername van oppervlaktes, proceswater en doeleinden voor reiniging en desinfectie/hygiëne, om te voorkomen dat er een besmetting plaatsvindt. “Je moet een plan maken, maar daar heb je specifieke experts voor nodig die bekend zijn met de eigenschappen van micro-organismen.” Dit wordt samengevat in een monitoringsplan. “Een bedrijf moet de risico’s per product en per locatie in kaart brengen, want elk product en elke locatie is anders.”

Opmars van sneltest
Relatief gezien is de microbiologie een jonge wetenschap. Sinds de laatste pakweg dertig jaar zijn de ontwikkelingen bij de laboratoria snel gegaan. “Er zijn nog veel zaken onbekend. We ontdekken nog allerlei nieuwe organismen, hoe organismen zich ontwikkelen en hoe die besmettingen zich verspreiden,” vertelt Leo. Het laboratoriumonderzoek wordt gedaan volgens de ISO-normen, wat een gedegen resultaat oplevert, maar ook tijd vraagt. “Zeker voor allergenen zien we dat er veel methodes ontwikkeld zijn om sneltests op te zetten. Dat zien we ook in de pathogenen opkomen.” Voor bedrijven vormt de snelheid van die tests een voordeel, maar de kwaliteit van het onderzoek blijft discutabel. “Een bedrijf kan er wel iets mee als indicatie, maar deze tests hebben officieel geen waarde.”

Binnen Europa zijn er verschillen tussen de landen als het om de normen gaat. “De problematieken tussen landen onderling kunnen verschillend zijn, omdat er anders of minder aan onderzoek wordt gedaan,” legt Leo uit. Op Europees niveau loopt de regelgeving achter op de ontwikkelingen binnen landen. “Een land reageert als eerste op een incident, maar op Europees niveau duurt het veel langer en moet er ook afstemming plaatsvinden met de andere lidstaten,” legt hij uit. Naast de Europese regels hebben de lidstaten eigen aanvullingen.

Doordat er verschillen tussen landen mogelijk zijn, kan dat ook problemen opleveren. “Je kunt je voorstellen dat er in sommige landen anders over standaarden wordt nagedacht en de eisen lager of anders zijn,” vertelt Leo. “Importeren uit landen met andere standaarden kan aantrekkelijk zijn, maar mogelijk ook teveel op de korte termijn gericht. Dat geldt voor bijvoorbeeld import uit Azië, zoals China en India, waarbij er voor de Europese markt aanvullende of andere normen gelden. Een bijkomend risico is het vinden van de bron van een besmetting. “Hoe verder weg de bron van de besmetting, hoe lastiger die te achterhalen is.”

Controles op virussen belangrijker
Hoewel er relatief weinig meldingen gedaan werden van virussen, noteerde deze categorie wel eens stijging van 129 procent. Dat komt ook doordat er steeds vaker onderzoek naar gedaan wordt. Het norovirus en hepatitus A zijn twee bekende virussen. “Controles op deze virussen is iets van de laatste tijd en dit zal in de toekomst steeds belangrijker worden.” De besmetting met een virus gaat vaak via water dat in de teelt gebruikt wordt voor bijvoorbeeld irrigatie. “Uiteindelijk zit een besmetting op de grondstof die door de verwerkende sector wordt gebruikt. Dus als het product niet goed schoongemaakt wordt, kan de besmetting doordringen tot de consument.”

Naast microbiologische risico’s vormen ook bijvoorbeeld chemische middelen, toxines en allergenen een risico. “Mycotoxine speelt vooral in granen, maar je ziet dat er ook meer toxines in de groenten en fruit worden gevonden.” In 2017 lag dat aantal 25 procent hoger in groenten en fruit dan in het voorgaande jaar. “Dat is een groeiend issue,” signaleert Leo. Toxines zijn componenten die afkomstig zijn van schimmels die een giftig bijproduct produceren. Dat giftige bijproduct kan ziektes veroorzaken. “Een voorbeeld is patuline, dat in bijvoorbeeld appelsap aangetroffen kan worden. Daar wordt meer onderzoek naar gedaan.”

Leo pleit voor een open debat over het groeiende aantal onderzoeken. “Je mag voedselveiligheid niet ter discussie stellen, maar soms zijn de regels zo streng dat we onszelf lijken te verstikken,” pleit hij. Als voorbeeld noemt hij de fipronil-affaire. Vanwege een kleine overschrijding van het middel fipronil in de eieren werden miljoenen eieren vernietigd en uit de schappen gehaald. “De ondergrens voor fipronil kan per land verschillen, maar bij een overschrijding gaat de bureaucratische procedure in werking.” Leo plaatst deze ontwikkeling in een breder perspectief: “Consumenten weten niet meer waar hun voedsel vandaan komt. Mijn ouders weckten hun groenten zelf, maar in twintig tot dertig jaar is er veel veranderd. De laatste jaren zie je die trend duidelijk.” De media pikken terugroepacties snel op, waardoor het nieuws een eigen leven gaat leiden. “Dat creëert een trend die we zelf niet meer in de hand hebben,” sluit hij af.

Tip: let op de circulatie van het water
“Veel besmettingen hebben te maken met de waterhuishouding,” vertelt Leo van Harten van Mériuex NutriSciences. “Vaak zit een besmetting in bijvoorbeeld de rioolputjes, dus let op de circulatie van het water. Voorkom dat je het vervuilde water via het rioolputje naar een andere ruimte gaat leiden. Dat is ook afhankelijk van de lay-out van de fabriek, maar het gaat om zulke praktische zaken. Ga er eens over nadenken en brainstormen met een professional, dat is het minste dat je kunt doen en als er iets gebeurt, sta je veel sterker. Een omgevings-monitoringsplan is het minimale wat je moet doen.”

Dit enigszins aangepaste artikel verscheen eerder in editie 9, 32e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl

Voor meer informatie:
Mérieux NutriSciences
www.merieuxnutrisciences.com 
info.nl@mxns.com  

Leo van Harten
leo.van.harten@mxns.com 



 


Publicatiedatum:
Auteur:
©


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven