Pionieren met nieuwe teelten is een kip-en-ei-verhaal

Tholen - Wie weet plukken we over vijf jaar papaya’s en andere tropische vruchten uit de Nederlandse kassen. Of wasabi, zwarte peper en vanille, wat nu voornamelijk nog op Madagaskar geteeld wordt en zo’n 500 euro per kilo oplevert? Bij Wageningen University & Research onderzoeken ze de mogelijkheden. “Pionieren met nieuwe teelten is een kip-ei-verhaal”, vertelt Sjaak Bakker, Business Unit Manager Glastuinbouw.

Ooit was de tomaat een exoot en waar er dertig jaar geleden nog amper paprika’s werden geproduceerd, is dat nu een behoorlijk grote teelt geworden. De teelt van zachtfruit verschuift van vollegrondsteelt naar kasteelt. Maar wat is het grote kasgewas van de toekomst? In de Bleiswijkse testkassen van de Wageningen UR wordt geëxperimenteerd met de teelt van diverse tropische vruchtgewassen. Deze producten worden over lange afstanden geïmporteerd en zijn vaak weken onderweg. Daarvoor worden ze in een vroeg stadium geoogst. En dat heeft gevolgen voor de smaak. Vanuit productie en afzet groeit de interesse naar de teelt van exoten in Nederland.

Vanille in de Bleiswijkse kas

De teelt van uitheemse gewassen maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Kas als Apotheek, waarin gezocht wordt naar nieuwe verdienmodellen voor de tuinbouwsector. “In Nederland zijn we erg goed in de productie van bijvoorbeeld tomaten op grote schaal. We kunnen een verbeteringsslag maken door gewassen te telen die per vierkante meter een hogere waarde hebben. Het prijsverschil tussen een kilo tomaten en een kilo vanille is aanzienlijk. Voor een kilo vanille kun je ongeveer € 500 rekenen.”

Vraag vanuit de markt
“Pionieren met nieuwe teelten is een beetje een kip-ei-verhaal”, vertelt Sjaak. “Over prijsvorming kun je nog weinig zeggen, omdat je nog niet weet hoe groot de afzetmarkt is en of de consument bereid is te betalen voor de kwaliteit van Nederlandse productie. En lukt het om de gewassen succesvol te produceren? Het is het uitzoeken waard.”

Het onderzoek begon zowel op als eigen initiatief van de Unit Glastuinbouw maar ook op vraag van ondernemers. Inmiddels haken er allerlei partijen aan, zowel vanuit de productie als vanuit de kant van de afzet. “Er is vanuit de markt vraag naar. De business club van de Business Unit in Bleiswijk (Club van 100) maar ook een groep tuinbouwondernemers zoeken in verschillende projecten samen met Wageningen UR naar gewassen om in productie te zetten en uiteindelijk af te zetten. Dat doen zij als groep, omdat de investering en de risico’s voor een individuele ondernemer te groot is. Als collectief kunnen zij er allemaal van meeprofiteren.”

De markt ziet de teelt ook zitten – die wil constante kwaliteit en een stabiele aanvoer. “De kwaliteit van de geïmporteerde producten wil nog weleens wisselen. Ze zijn vaak minder milieuvriendelijk geproduceerd en bevatten residuen van beschermingsmiddelen die schadelijk kunnen zijn voor de menselijke gezondheid. Als een producent die producten jaarrond tegen een bepaalde kwaliteit kan leveren, is de afnemer gegarandeerd van wat hij krijgt”, zegt Sjaak.

Potentie voor commercialisering
De Nederlandse tuinbouwsector is wereldberoemd om het hoge niveau. Technologie van Nederlandse hand is te vinden in kassen over de hele wereld. En juist daarom is er potentie voor de commercialisering van deze teelten. “Er is heel veel kennis, er wordt veel onderzoek gedaan naar teeltsystemen, gewasbescherming en substraten. Dat alles maakt dat we in Nederland in staat zijn niet alleen een teelt te onderzoeken, maar ook een totaalwerkend productiesysteem kunnen ontwikkelen. Dat geeft een voorsprong in ontwikkeling.”

De exotische gewassen van de WUR trekken de aandacht uit binnen- en buitenland. Regelmatig komen buitenlandse delegaties een kijkje nemen. Sjaak denkt niet dat de teelt van exoten in Nederland botst met de teelt in exporterende landen. “Wij doen ook projecten in die landen. Waar we in Nederland verschuiven naar de teelt van hoogwaardige producten, zijn ze daar bezig om de lokale markt jaarrond van producten te voorzien door bijvoorbeeld moderne technologieën in te zetten. Voor de lokale markten liggen er genoeg kansen. Komkommers bijvoorbeeld, die gaan we vanuit Nederland niet exporteren naar China of Afrika. Dat is veel te duur en daarvoor is de productwaarde te laag.

In het onderzoek van Wageningen University & Research wordt nu gewerkt met bestaande rassen, maar in de toekomst zullen er mogelijk ook speciale veredelingsprogramma’s opgezet worden. Veredeling vergt wel een lange adem en de interesse daarin is sterk afhankelijk van hoe groot de markt is. 

Dit artikel verscheen eerder in editie 9, 32e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl.

Voor meer informatie:
Wageningen University & Research
www.wur.nl 

Sjaak Bakker
sjaak.bakker@wur.nl 

 

 


Publicatiedatum :
Auteur:
©


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© GroentenNieuws.nl 2019