Een miljoen huishoudens meer in 2045
Het aantal eenpersoonshuishoudens blijft naar verwachting nog ongeveer 40 jaar toenemen. Rond 2050 telt Nederland er 3,7 miljoen, ruim 1 miljoen meer dan nu. Bijna de helft van de eenpersoonshuishoudens zal dan uit ouderen bestaan. Nu is 31% van de alleenstaanden 65-plusser.
Als gevolg van de vergrijzing neemt het aantal mensen dat alleen komt te staan doordat hun partner overlijdt of naar een verpleeg- of verzorgingshuis gaat de komende decennia sterk toe. Scheidingen komen ook relatief vaker voor dan in het verleden, waardoor meer en kleinere huishoudens ontstaan. De groei van het aantal eenpersoonshuishoudens komt naar verwachting rond 2050 tot stilstand. Het aantal alleenstaanden dat overlijdt of naar een instelling gaat is dan, ook weer onder invloed van de vergrijzing, sterk opgelopen.
Het aantal paren neemt naar verwachting de komende jaren nog toe en komt rond 2025 op 4,4 miljoen. Dat zijn er ongeveer 160.000 meer dan nu. Daarna daalt het aantal paren tot 2060 met circa 230.000. Paren wonen steeds vaker informeel samen, zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap. Nu nog is 80% getrouwd of heeft een partnerschap. Dat loopt naar verwachting terug tot 70% in 2060. Niet-gehuwd samenwonen wordt ook steeds minder een tijdelijke fase en vaker de relatievorm van ouders met opgroeiende kinderen. In 1995 had 20% van de niet-gehuwde paren thuiswonende kinderen. In 2010 was dat opgelopen tot 40%. Naar verwachting groeit dit verder tot bijna 50% rond 2035.
Bron: CBS