"Keurmeester en kwaliteitsmanager, trek samen ten strijde"
Een basis voor samenwerking is vaak wel gelegd: het management heeft een duidelijke taakverdeling op papier gezet. Een document vol plannen en ambitie waarin staat dat de twee kwaliteitsafdelingen elkaar moeten versterken. De praktijk is weerbarstiger en laat vaak twee werelden zien. In de wereld van de QA-afdeling zijn de mensen vooral bezig met papierwerk. In de andere wereld zijn de keurmeester druk in de weer met het product. En wanneer er interactie gevraagd wordt tussen beide afdelingen, maken de mensen het elkaar lastig. Wrijving is het gevolg: "Nee, dat is voor Control, dat moeten die jongens maar zelf oppakken".
Wrijving tussen QA en QC gaat ten koste van een krachtig kwaliteitsbeleid. Beide afdelingen staan immers aan de lat om aan de verwachtingen van de klant te voldoen. Het voldoen aan de afgesproken productkwaliteit is net zo belangrijk als het voldoen aan bewijsmateriaal dat de desbetreffende partij vrij is van residuen van bestrijdingsmiddelen. Onze AGF-producten zijn unieke producten: vanaf het oogstmoment start een aflevingsproces dat er voor zorgt dat het product in kwaliteit achteruitgaat en nog maar beperkt houdbaar is. Het is van groot belang dat de klanteisen direct en correct gedeeld worden tussen de QA- en QC-afdeling. Als klanteisen veranderen, moet iedereen dit duidelijk en tijdig horen.
Beide afdelingen hebben een duidelijke, eigen rol binnen het bedrijf maar mogen en kunnen deze rol niet afzonderlijk invullen. Niet alleen vanuit eigenbelang maar zeker ook vanuit het oogpunt van de klant. De klant betaalt voor een optimale invulling van datgene wat hij wenst en eist; dat vereist samenspel van QA en QC!
Bron: Peter van der Veeken, trainer/adviseur N&S