biologische stikstoffixatie voor kleine boeren

Verbeterd gebruik van peulvruchten geeft Afrikaans landbouwsysteem een boost

Een groot aantal kleine Afrikaanse boeren heeft de afgelopen jaren hun gewasopbrengsten kunnen verhogen en hun inkomsten kunnen verbeteren dankzij het pan-Afrikaanse onderzoek project N2Africa. Het project is gericht is op het verbeteren van de teelt en de verwerking van peulvruchten, planten die stikstof uit de lucht kunnen gebruiken voor hun groei. Daarmee kan de uitputting van landbouwgronden worden gekeerd zodat verdere teruggang van de landbouwproductie voorkomen kan worden.

Sinds de start van het project in 2009 stimuleert N2Africa het gebruik van verbeterde rassen van stikstofbindende peulvruchten – met name sojabonen, ogenbonen, pinda's en gewone bonen. Daarnaast helpt het project boeren aansluiting bij de markt te vinden, zodat boeren niet alleen hun bodemkwaliteit verbeteren, maar ook een kans hebben om hun producten te kunnen verkopen. Een hogere peulvruchten productie kan ook bijdragen aan betere voeding voor de rurale bevolking, door middel van hogere eiwit inname, of door inkomen dat weer kan worden besteed aan voedsel.

N2Africa heeft inmiddels meer dan 250.000 kleine boeren in acht verschillende landen een pakketje bezorgd met daarin een verbeterde variëteit van een van de hierboven genoemde peulvruchten, Rhizobium-inoculanten (zie hieronder) en een kleine hoeveelheid fosforkunstmest. In combinatie met verbeterde gewasbeheerpraktijken heeft dat ertoe geleid dat de peulvruchtenopbrengst in veel gevallen meer dan verdubbeld is. Het hogere stikstofgehalte van de bodem zorgt er bovendien voor dat ook de opbrengsten van opeenvolgende teelten met maar liefst 50% kunnen stijgen. De productiviteit van het hele landbouwsysteem krijgt dus een enorme boost, net als het nettogezinsinkomen wanneer de oogst (gedeeltelijk) wordt verkocht.

Bodemgezondheid én gewasopbrengsten verbeteren
Veel kleine boeren in Afrika kampen met een ernstig stikstofgebrek in de bodem. Dit stikstofgebrek is een van de redenen waardoor vaak niet die opbrengsten worden gehaald die deze boeren in staat stellen een leven boven de armoedegrens te leiden, laat staan een groeiende bevolking te voeden.

Volgens Bernard Vanlauwe, R4D (Research for Development) Director van IITA, hebben kleine boeren vaak geen toegang tot of geen geld voor de inputs die nodig zijn om het stikstofgehalte van de bodem weer op peil te brengen. Vlinderbloemige planten, waaronder peulvruchten, bieden hier een uitkomst omdat zij in staat zijn tot biologische stikstoffixatie. In tegenstelling tot stikstofkunstmest, wat in sub-Sahara erg duur is, zijn er voor biologische stikstofbinding maar weinig financiële middelen nodig.

Vlinderbloemigen gaan een symbiose aan met Rhizobium-bacteriën die in de bodem leven. Door middel van deze symbiose kunnen de vlinderbloemigen stikstofgas uit de lucht omzetten naar een voor planten bruikbare vorm. Na de oogst blijft een gedeelte van de stikstof achter in de bodem, zodat ook de volgende, niet stikstofbindende gewassen hier nog van profiteren. De productiviteit van het hele landbouwsysteem neemt dus toe.

De symbiose tussen plant en bacterie die nodig is voor het binden van stikstof is alleen niet altijd vanzelfsprekend. Elk gewas heeft een specifieke Rhizobium-bacterie nodig om een effectieve symbiose aan te gaan. Voor sommige gewassen zijn de juiste Rhizobia van nature aanwezig in de bodem, maar voor andere gewassen niet. Door de peulvruchtzaden vóór het planten te voorzien van de juiste Rhizobia – een proces dat inoculatie wordt genoemd – is effectieve biologische stikstoffixatie verzekerd.

N2Africa heeft aangetoond dat boeren hun peulvruchtenopbrengst – en dus ook de hoeveelheid stikstof die gebonden wordt – sterk kunnen verbeteren door verbeterde rassen te combineren met gebruik van inoculanten, fosforbemesting en gewasbeheerpraktijken.

Professor Ken Giller, leider van het N2Africa project: "Er zijn maar weinig projecten waarbij technologieën op zo grote schaal kunnen worden getest als wij nu doen. We beschikken over metingen en waarnemingen van duizenden landbouwgronden in Afrika. Die gegevens kunnen we gebruiken om inzicht te krijgen in de oorzaken van betere of slechtere gewasprestaties en om te bepalen welke specifieke technologie het meest geschikt is voor de verschillende soorten boeren. Peulvruchten zijn zeer flexibele gewassen die geschikt zijn voor zowel de rijkere als de armste boeren."
"We kunnen aantonen dat de opbrengsten enorm toenemen door betere genotypen van peulvruchten en Rhizobium-inoculanten te combineren met aangepaste bemesting en beter gewasbeheer."

Het ontwikkelen van markten
De meerderheid van de kleine boeren in sub-Sahara Afrika vindt geen aansluiting bij de markt, waardoor het lastig is hun opbrengsten te verkopen. Tegelijkertijd is die markt er wel. Vooral de sojamarkt heeft niches met potentieel om sterk te groeien. Alleen al om aan de vraag van de verwerkende industrie in Kenia te kunnen voldoen, wordt er elk jaar meer dan acht miljoen ton soja uit Oeganda, Rwanda, Congo en andere landen geïmporteerd. Hierop inspelend heeft N2Africa bijvoorbeeld al meer dan 10.000 sojaboeren in West Kenia geholpen om hun producten te verkopen, zowel op de commerciële als de non-profitmarkt.

Voedingsmiddelenfabrikant Promasidor zette zestien soja-inzamelpunten op om Keniaanse soja in te kopen voor Sossi, een sojaproduct dat verkocht wordt in Keniaanse supermarkten. In 2012 kocht Promasidor 160 ton soja van Keniaanse boeren.

N2Africa-boeren leveren elk jaar 220 ton soja aan drie sojaverwerkende fabrieken die door UNIDO en de Japanse overheid zijn opgezet om sojaproducten te produceren voor schoolvoedingsprogramma's en noodhulp.

Op lokaal niveau steunt N2Africa boeren om hun eigen sojaverwerkende fabrieken op te zetten met onder andere hakmolens, dompelbaden, filters, persplaten en pasteurisatieketels. Deze fabriekjes worden ook gebruikt door vrouwen die er sojabonen malen voor eigen gebruik.

Jeroen Huising, wetenschapper bij CIAT en coördinator van het N2Africa-programma: "Peulvruchten brengen meer op dan de grote voedselgewassen als maïs en rijst. Wij moeten de boeren echter wel helpen om toegang te krijgen tot deze markten. Als we dat doen, heeft de technologie de potentie om echt duurzaam te zijn: de boeren verhogen het stikstofgehalte van de bodem, hebben daardoor hogere opbrengsten en verdienen vervolgens meer geld met de verkoop van producten."

Over N2Africa
N2Africa is een samenwerkingsproject onder leiding van Wageningen Universiteit met het International Institute of Tropical Agriculture (IITA) en het International Center for Tropical Agriculture (CIAT). Met financiering van de Bill & Melinda Gates Foundation ging het project eind 2009 van start in Ghana, Congo, Kenia, Malawi, Mozambique, Nigeria, Rwanda en Zimbabwe. Twee jaar later haakte ook de Howard G. Buffett Foundation aan met activiteiten in Liberia and Sierra Leone en kwam er aanvullende financiering van de Bill & Melinda Gates Foundation om in Ethiopië, Tanzania en Oeganda te kunnen beginnen. De eerste fase van N2Africa wordt dit jaar afgerond en de tweede fase van het project is onlangs goedgekeurd door de Bill & Melinda Gates Foundation.


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven